ErP 2018
ErP 2018, oftewel de Energy-related Products Directive, bevat richtlijnen voor de energie-efficiëntie van verschillende producten, waaronder luchtbehandelingskasten. Deze richtlijnen zijn bedoeld om de energieprestaties van deze systemen te verbeteren en de ecologische voetafdruk te verkleinen.
U bent hier: Homepage / Informatie / ErP 2018
Energy-related Products Directive
De ErP-richtlijn richt zich ook op ventilatiecomponenten, zoals luchtbehandlingskasten. Belangrijke ontwikkelingen binnen deze richtlijn zijn vastgelegd in EU-verordening 1253/2014 in het kader van EcoDesign, die eisen stelt aan een ‘milieuvriendelijk’ ontwerp van ventilatie-units voor zowel residentiële als niet-residentiële toepassingen.
Belangrijke punten van ErP 2018 voor luchtbehandelingskasten:
Vanaf 1 januari 2016 mogen alleen producten worden verkocht die voldoen aan de vereisten van de ErP-richtlijn. Volgens de EcoDesign-regels van 2016 en 2018 is het verplicht om warmteterugwinning toe te passen bij luchtbehandelingssystemen die meer dan 90% buitenlucht inbrengen. Daarnaast zijn er eisen gesteld aan minimale rendementen voor ventilatie en zijn er regels voor de weerstand van deze systemen.
Voorbeelden hiervan zijn:
– Voor een twincoilsysteem is er een minimaal rendement van 68%;
– Voor een platen- of tegenstroomwisselaar en luchtbehandelingskasten met een warmtewiel geldt een minimaal rendement van 73%;
De toepassing van een bypasskleppenregister is verplicht geworden.
Verder worden in de ErP-richtlijn uit 2018 verschillende waarden meegenomen. Dit omvat de SFP-waarde, die aangeeft hoeveel energie er wordt verbruikt in verhouding tot de totale luchthoeveelheid, en de minimale ePM, een klasse voor filters. Ventilatie-units moeten ook aan deze eisen voldoen.
Wat zijn de veranderingen in de richtlijn van 2018?
De ErP-richtlijn is eerder, in 2016, geïntroduceerd, maar is in 2018 aangescherpt. Producten die niet voldoen aan deze richtlijnen mogen niet meer verkocht worden, zowel voor nieuwe installaties als bij vervangingen of renovaties van bestaande systemen. In de richtlijn zijn er onderscheidende eisen voor residentiële en niet-residentiële ventilatie-units, evenals voor een- en tweerichtingsventilatiesystemen. Eenrichtingsventilatie-eenheden hebben slechts één ventilator voor het aan- of afvoeren van lucht. Tweerichtingsventilatie-eenheden, die zowel lucht kunnen in- als afvoeren, moeten voldoen aan specifieke regels als ze een capaciteit boven de 250 m³/h hebben; deze moeten zijn uitgerust met een warmteterugwinsysteem. Daarnaast moeten alle ventilatie-eenheden vanaf januari 2018 zijn uitgerust met een motor met meerdere snelheden of een variabele snelheid. Ventilatoren die alleen op één constante snelheid draaien, zijn dus niet meer toegestaan.
Uitzonderingen van de verordening EU1253/2014 zijn: